Voorwoord

Het vissen op roofvis heeft de laatste jaren een sterke toename gekend. Het volgt daar mee de trend tot meer specialisatie in de hengelsport, zoals karpervissen, vliegvissen, wedstrijdvissen enz. De toenemende aandacht voor roofvis heeft o.a. geleid tot veel veranderingen. Er is een verbod voor sportvissers om hun vis te verkopen het vissen met levend aas verboden. De gesloten tijd voor snoek ingekort tot 31 mei, zodat de einddatum van de gesloten tijd gelijk loopt met de gesloten tijd voor aassoorten. Er mag actief op de Europese meerval gevist worden. Er komt wel een gesloten tijd voor het hele jaar zodat elke meerval altijd direct moet worden teruggezet. We gaan verder in op voorkomende roofvis soorten, gezond viswater, vistechniek, dril en behandeling van de roofvis.

 

Voorkomende roofvis soorten.

Er zijn drie algemeen roofvissoorten dit zijn snoek, snoekbaars en baars. Ook komen er nieuwe soorten steeds meer voor zoals meerval en roofblei. Kenmerk van roofvis is dat zij zich voeden met levende vissen. In het bijzonder snoekbaars die ook dode vissen eten en dus ook aaseters zijn. De paling is ook een roofvis. Op jongen leeftijd voedt hij zich met allerhande levende organismen. Vanaf 50 – 55 cm staat voornamelijk levende en dode vis op het menu zo zijn het dus volwaardige rovers. De snoek spreekt ongetwijfeld het meest tot verbeelding. Het is op een na de grootste voorkomende vissoort in Nederland. één groten van 135 cm en zoon 20 kg wat zij kunnen worden. Is het een roofsoort waar veel op gevist word. Het is wel van belang dat de biotoop goed in orden is. Om zich te kunnen beschermen en voort te planten heeft hij waterplanten en oevervegetatie nodig. Op vele wateren, zoals kanalen en grote diepe meren, is dit nauwelijks aanwezig en is het hier bijna onmogelijk voor voorplanting. Baars is veel voorkomen soort. Hij stelt minder eisen aan de biotoop en komt dus vrij veel voor in vijvers, kanalen en rivieren. Exemplaren van meer dan 50 cm en tot 3 kg komen voor. Snoekbaars is al velen jaren een soort die voorkomt in ons land. Van oorsprong komt hij net als de roofblei uit midden Europa en hebben zij door diverse kanalen (Donau Rijn kanaal) en rivieren ons land bereikt. Snoekbaars is geen kruising van snoek en baars, maar een geheel eigen soort die wel verwant is met de baars. Snoekbaars kunnen tot ongeveer 1m groot worden met een gewicht van 10 kg. De nieuwe soorten zijn roofblei en meerval, die steeds meer voorkomen op de grote rivieren. Van de roofblei komen al groottes van 85 cm voor, maar als ze volgroeit zijn kunnen ze lengtes van 1m halen. De Europese meerval is wel de meest tot verbeelding soort. Ook deze is betrekkelijk nieuw, maar kan tot gigantische afmetingen uitgroeien: meer dan 2m en meer dan 100 kg zwaar.

 

Gezond viswater

Gezond viswater kan enkel bij een goede roofvis bestand. Roofvissen voorkomen dat de overigen visstand te groot wordt, zo dat voedseltekort en degeneratie ontstaat. En schakelen zieke en verzwakte exemplaren uit, die een gemakkelijke prooi zijn. Als roofvis zich te sterk ontwikkel en verspreiden, reguleert deze zichzelf. Alle roofvissen plegen kannibalisme, van af geboorte en het beschermen tot territorium, zal de kleineren soort het aflegen. Ook bij een beperkt voedselaanbod van prooivis houdt de soorten zich in stand. Wat wel leid tot een trageren groei. Zo is het aanwezig zijn van waterplanten en rietkragen van belang voor een goed biotoop en voortplanting. Wat gewoonlijk wel van toepassing in onze wateren.

 

Vistechniek

Net als alle vissoorten een eigen aanpak heeft om er op te vissen, heeft de roof vis zijn eigen hengelsoorten en vistechnieken. De keuzen van aassoort en techniek hangt af van de manier waar men op vist. Vroeger werd er veel al gevist met levend aas, wat zins enige jaren verboden is. Is men steeds meer zich gaan toeleggen op kunstaas, dat een levend aasvis imiteert. Er wordt ook nog steeds met dood aasvis gevist (zowel dood aas als diepvries, of een stuk je vis). Men verstaat natuurlijk aas dat eerst gedood word zoals kleine blankvoorn, brasem enz. zo word er ook niet zoetwatervisjes gebruikt als makreel, sardien en haring wat ook erg succesrijk is. Hier gebruiken we een takel voor, dit is een stalen lijn met twee dreggen er aan. Men kan hier de visjes aan vast maken. Meestal word er zo met een snoekdobber gevist. Na deel van deze methode is wel als men te laad aanslaat de roofvis het aas te diep heeft ingeslikt. Het vissen met kunst aas heeft de laatst jaren een ontwikkeling ondergaan en aan populariteit gewonnen. Een ruim aanbod van typen en techniek heeft hier toe bijgedragen. Wat het grote voordeel hier van is dat de roofvis makkelijker onthaakt en snel terug gezet kan worden. Met eigen techniek van het inhalen heeft de visser zijn eigen vangst kracht zelf in de hand. Als kunstaas bewegingsloos in het water licht heeft het bijna geen vangkracht. Zo men in vroegere tijden alleen met spinners visten is het aan bod vandaag de dag zeer uitgebreid. Kunstaas als lepels, pluggen, jerkbait, shads, twisers en grinders hebben dan ook een sterk toenamen aan populariteit gewonen.

 

Het meest voorkomende kunstaas typen zijn

Spinners: Een los, metalen blad op een as gemonteerd dat bij het binnenvissen een ronddraaiende beweging maakt en zo trillingen veroorzaakt

 

Lepels: Een metalen blad dat niet op een as is gemonteerd en dat bij binnenvissen een schommelde of soms ronddraaiende beweging maakt.

 

Pluggen: Een houten of plastic nabootsing van een aasvis met vooraan een zwemlip of schoep die bij het binnenvissen de plug een schommelende en duikende actie geef. Men heeft drie soorten floating, slow floating en zinking. De floating pluggen gaan naar beneden bij het binnenvissen.

 

Jerkbait: Vergelijkbaar als plug maar heeft geen zwemlip waardoor deze in de oppervlakten blijf en niet de diepte in gaat. Een Jerkbait wordt meestal schoksgewijs binnengevist.

 

Shads en Twister: Nabootsingen van aasvis uit zacht en rubberachtig plastic, gemonteerd op een haak met loodkop. Twisters hebben een langere gekrulde staart, Shaps een verdikte staart die een trilende beweging krijgt bij het binnenvissen

 Alle kunstaas krijgt pas vangkracht als men het beweegt hier zijn drie manieren voor

 

Gedragscode welzijn vis

Roofvissen: is een activiteit waar levende dieren bij betrokken zijn. Het welzijn van vissen kan tengevolge van het vangen, onthaken en terugzetten van vis bij onzorgvuldig handelen negatief worden beïnvloed. Beschadigingen en/of stress kunnen het gevolg zijn. Roofvissers zijn daarom verplicht met zorg en respect met de vissen om te gaan.

1. Wees ervan bewust dat gevangen vissen (dood of levend) gevaarlijke visziektes kunnen verspreiden. Zet een gevangen vis daarom alleen terug in het water waar deze is gevangen.

2. Het materiaal dient geschikt te zijn voor de te vangen vis (formaat, soort). Zorg bij het vissen dat:

A) de haak niet wordt geslikt;

B) de vis alleen in de bek wordt gehaakt;

C) de lijn niet breekt;

D) de dril zo kort mogelijk duurt;

E) verwondingen zoveel mogelijk worden voorkomen.

3. De vis dient voorzichtig te worden geland en dient tijdens het onthaken goed te worden vastgehouden zonder echter in de vis te knijpen.

 

 
Kieuwgreep: een diervriendelijke en veilige manier om een snoek of snoekbaars te onthaken

 

4. Vissen met levende aasvis is in Nederland verboden. Bij gebruik van aasvissen voor het vissen op roofvis, dienen deze voor bevestiging aan de haak te worden gedood met een klap op de kop

5. Zet een gevangen vis in de best mogelijke conditie terug door:

A) zodanig te werk te gaan en middelen te gebruiken dat tijdens het binnenhalen, onthaken en/of terugzetten van de vis geen verwondingen aan de slijmlaag en organen van de vis worden veroorzaakt;

B) altijd over een onthaak tang en geschikt landingsmiddel (bijv. Schepnet) te beschikken;
C) de tijd dat een vis uit het water is zo kort mogelijk te houden;
D) een vis alleen met nat gemaakte handen aan te raken;
E) de vis bij voorkeur in het water te onthaken;
F) het contact met de ogen van de vis te vermijden

G) bij het vissen op roofvis altijd een kniptang voor (dreggen) haken mee te nemen;
H) bij het onthaken van grote vissen (snoek) altijd een onthaak mat te gebruiken;

I) bij diepgehaakte vissen de lijn zo dicht mogelijk bij de haak door te knippen en daarna de vis weer terug te zetten, mits verwacht wordt dat de vis dit overleefd;
J) ernstig gewonde vissen niet terug te zetten, direct te doden en mee te nemen naar huis.
K) niet op zodanige dieptes te vissen, dat vissen door het drukverschil beschadigd raken.
L) niet tijdens de gesloten tijd (paaitijd) op roofvis te vissen.
M) de gevangen vis zo snel mogelijk voorzichtig in hetzelfde water terug te zetten.
N) indien nodig de vis bij het terugzetten te ondersteunen, zo dat deze in staat is om op eigen kracht door te zwemmen.

6. Ruim na een visdag lijnen en andere rommel op. Achtergelaten martiaal kunnen veel schade aanrichten.
7. Zorgvuldig: Vissen zijn levende dieren en roofvissers hebben een grote zorg en waardering voor de vis. Bezien vanuit het welzijn van de vis behoort het daarom vanzelfsprekend te zijn dat sportvissers zorgvuldig omgaan met de vis om verwondingen en stress zo veel mogelijk te voorkomen. Binnen de sportvisserij is dit al jaren een zeer belangrijk thema van voorlichting. Daarbij is het verantwoord omgaan met de vis tegenwoordig zeer wezenlijk voor de maatschappelijke acceptatie van de roofvisserij.

 

Terug vorige pagina